ECLI:NL:RVS:2015:244
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen wijzigingsplan champignonbroedbedrijf in Buitengebied Boxmeer
Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer stelde op 29 oktober 2013 een wijzigingsplan vast voor de vestiging van een champignonbroedbedrijf in het buitengebied van Boxmeer. Het wijzigingsplan werd op 10 december 2013 gewijzigd door aanpassing van het bouwvlak. Appellant stelde beroep in tegen dit wijzigingsplan, stellende dat niet voldaan is aan de wijzigingsvoorwaarden en dat het plan strijdig is met de Verordening ruimte 2012 van de provincie Noord-Brabant.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het plan voldoet aan de voorwaarden voor omschakeling naar een overig niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, zoals vereist in artikel 3.3, lid 3.3.5.B van de planregels. Het advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) ondersteunt dat het champignonbroedbedrijf een agrarisch karakter heeft en noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering. De stelling dat champignons geen gewas zijn, wordt verworpen op basis van toelichting dat het mycelium als plantje kan worden beschouwd.
Verder wordt geoordeeld dat het wijzigingsplan niet in strijd is met de cultuurhistorische waarden van het gebied en dat het plan uitvoerbaar is, ondanks bezwaren over mogelijke verkeerstoename en economische levensvatbaarheid. De Afdeling ziet geen aanleiding om het beroep gegrond te verklaren en wijst het beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het wijzigingsplan voor het champignonbroedbedrijf wordt ongegrond verklaard.