ECLI:NL:RVS:2015:2441
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.W. van de Gronden
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroepen wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken en verkeersboetes
Appellante heeft tegen meerdere verkeersboetes administratieve beroepen ingesteld en tegelijkertijd op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzoeken tot openbaarmaking van stukken gedaan. Deze Wob-verzoeken werden vaak verkapt ingediend binnen faxberichten die primair administratieve beroepen betroffen, wat de herkenning als Wob-verzoek bemoeilijkte.
De minister stelde dat appellante, vertegenwoordigd door een ervaren gemachtigde, misbruik maakte van de wettelijke bevoegdheid door honderden Wob-verzoeken en ingebrekestellingen in te dienen met het doel dwangsommen en proceskostenvergoedingen te incasseren. De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk, waarop appellante hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het procesgedrag van appellante en haar gemachtigde blijk gaf van kwade trouw en misbruik van recht, omdat de Wob-verzoeken bewust werden ingezet om de besluitvorming te bemoeilijken en dwangsommen te verkrijgen. Dit misbruik strekte zich ook uit tot de hoger beroepen zelf, die niet los konden worden gezien van het doel om geldsommen te incasseren.
Daarom werden de hoger beroepen niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 augustus 2015.
Uitkomst: De hoger beroepen van appellante worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.