ECLI:NL:RVS:2015:2447
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling misbruik van recht door gemachtigde bij Wob-verzoeken en beroep
De minister van Veiligheid en Justitie had op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een document verstrekt aan wederpartij, maar trok dit besluit later in en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar. De minister ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gemachtigde van wederpartij, die vele Wob-verzoeken en procedures voerde, misbruik maakte van zijn bevoegdheid. Hij stuurde correspondentie naar onjuiste adressen en zonder benodigde kenmerken, wat de besluitvorming onnodig bemoeilijkte. Dit procesgedrag was gericht op het incasseren van dwangsommen en proceskosten ten laste van de overheid.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartij niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Ook werd het beroep wegens niet-tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht door zijn gemachtigde.