ECLI:NL:RVS:2015:2454
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen spoedeisende bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 29 september 2014 schriftelijk bevestigd dat op 22 september 2014 spoedeisende bestuursdwang is toegepast wegens het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen buiten de toegestane tijden volgens de Afvalstoffenverordening 2010 en het Uitvoeringsbesluit van Den Haag. Een deel van de kosten (€126,00) werd aan appellant toegerekend.
Appellant betwist dat hij de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden en stelt deze op vrijdag 19 september 2014 om 7.15 uur correct ter inzameling te hebben gezet. Hij was daarna afwezig tot maandag 22 september 2014, toen de zak werd aangetroffen en verwijderd. Appellant voert aan dat de zak waarschijnlijk niet is opgehaald en dat hij de zak altijd correct aanbiedt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de zak op de toegestane tijd is aangeboden. Het college heeft gesteld dat er geen onregelmatigheden waren bij de inzameling op 19 september 2014, waardoor het aannemelijk is dat de zak buiten de toegestane periode is aangeboden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wegens het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval wordt ongegrond verklaard.