ECLI:NL:RVS:2015:2459
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- D.J.C. van den Broek
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vaststelling invordering dwangsom wegens niet naleven last onder dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Haaren legde aan appellante een last onder dwangsom op wegens het niet toepassen van de beste beschikbare technieken in haar bedrijfsvoering. Na het verstrijken van de begunstigingstermijn werd een dwangsom van €60.000,- opgelegd en ingevorderd. Appellante stelde dat zij tijdig uitvoering had gegeven aan de last, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was vanwege het ontbreken van een besturingskast en opleveringsverklaring.
De rechtbank achtte echter sprake van overmacht omdat de leverancier het besturingssysteem niet kon leveren, en vernietigde het besluit op bezwaar. Het college stelde hoger beroep in, waarbij de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij tijdig alles in het werk had gesteld om de besturingskast te laten plaatsen. Bovendien was er geen sprake van overmacht in de kritieke periode na het verstrijken van de begunstigingstermijn.
Appellante voerde verder aan dat invordering in strijd was met het vertrouwensbeginsel en disproportioneel zou zijn, maar deze gronden werden verworpen omdat het belang van invordering zwaarwegend is en geringe draagkracht geen reden is om af te zien van invordering. De Afdeling verklaarde het incidenteel hoger beroep van appellante ongegrond, het hoger beroep van het college gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het college is bevoegd tot invordering van de dwangsom.