ECLI:NL:RVS:2015:2461
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand bij bezwaar tegen verlaging uitkering
Bij besluit van 17 september 2013 wees de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van appellant om een toevoeging voor rechtsbijstand af in verband met een maatregel van het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe die zijn uitkering met 50% verlaagde wegens het niet verschijnen op het werk zonder afmelding.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de zaak complex was en dat bijstand van een advocaat noodzakelijk was, mede vanwege het belang van de zaak en het geschil over het feitencomplex.
De Raad van State oordeelde dat het bezwaar feitelijk en juridisch niet zo complex was dat bijstand van een advocaat noodzakelijk was. Appellant kon zelf het bezwaar maken, eventueel met hulp van een andere persoon of instelling buiten de werkingssfeer van de Wet op de rechtsbijstand, zoals het Juridisch Loket. Ook werd overwogen dat de bezwaarprocedure geen procedure is in de zin van artikel 6 EVRM Pro, zodat geen schending van het recht op een eerlijk proces aan de orde was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand en verklaart het hoger beroep ongegrond.