ECLI:NL:RVS:2015:2467
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag voorzieningen Remigratiewet wegens ontbreken hoofdverblijf in Nederland
Appellant verzocht om voorzieningen krachtens de Remigratiewet, maar de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (RvB) wees dit verzoek af omdat appellant geen hoofdverblijf in Nederland had ten tijde van de aanvraag. Appellant was sinds april 2013 in Nederland, maar woonde in een opvangtehuis, had geen duurzame woning, geen familie in Nederland en ontbrak het aan sociale en financiële bindingen.
Appellant voerde aan dat zijn psychische klachten hem belemmerden in het vinden van werk, woonruimte en sociale contacten, en dat het beleid van de RvB ongerechtvaardigd onderscheid maakte tussen aanvragers met en zonder beperking, wat in strijd zou zijn met grondwettelijke en internationale non-discriminatiebepalingen. De Afdeling oordeelde dat het beleid van de RvB uitgaat van een integrale beoordeling van feiten en omstandigheden en dat medische beperkingen niet uitsluiten dat hoofdverblijf aannemelijk gemaakt kan worden.
De Afdeling stelde vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag hoofdverblijf in Nederland had. De rechtbank had de afwijzing van appellant terecht bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag remigratievoorzieningen bevestigd wegens ontbreken van hoofdverblijf in Nederland.