ECLI:NL:RVS:2015:2468
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.W. van de Gronden
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na bestemmingsplanwijziging naar natuurgebied
Appellante vroeg een tegemoetkoming in planschade aan vanwege een bestemmingsplanwijziging waarbij haar perceel werd omgezet van agrarisch naar natuurgebied, wat volgens haar de waarde van het perceel had verminderd.
Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit in bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat voor het toekennen van planschade moet worden beoordeeld of de wijziging van het planologisch regime heeft geleid tot een waardevermindering. Hierbij wordt uitgegaan van de maximale gebruiksmogelijkheden onder het oude plan, tenzij met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dat deze benut zouden worden.
De SAOZ adviseerde dat de agrarische gebruiksmogelijkheden onder het oude bestemmingsplan door wettelijke beperkingen (Boswet en Natuurbeschermingswet 1928) geen waarde vertegenwoordigden. Een redelijk handelend koper zou daarom het perceel niet hebben verworven met het oog op agrarisch gebruik. Appellante kon niet aannemelijk maken dat de waarde wel was aangetast.
Daarom faalt haar beroep en wordt de afwijzing van de tegemoetkoming bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade wordt bevestigd.