ECLI:NL:RVS:2015:247
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen en Awb
De minister legde op 5 februari 2013 een boete van €32.000 op aan appellante wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank Rotterdam herzag dit bedrag tot €24.000 en verklaarde het beroep van appellante deels gegrond. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat het vrij verkeer van werknemers binnen de EU onder overgangsmaatregelen viel, waardoor Nederland de vergunningplicht tot 1 januari 2014 handhaafde. Uit het boeterapport bleek dat twee Bulgaarse vreemdelingen zonder vergunning arbeid verrichtten voor appellante en dat zij niet meewerkte aan het vaststellen van hun identiteit.
Appellante voerde onder meer aan dat de boetekennisgeving niet correct was verzonden, dat de verklaringen in het boeterapport onjuist waren en dat de arbeid niet onder gezag van haar was verricht. Deze bezwaren werden verworpen omdat het boeterapport op ambtseed was opgesteld en de verklaringen van de vreemdelingen en het bestuurslid van appellante de arbeid bevestigden.
Ook het verweer dat appellante niet aan de medewerkingsplicht had voldaan omdat de vordering niet was ontvangen, werd afgewezen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat appellante niet binnen de gestelde termijn had meegewerkt. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €24.000 wegens overtreding van de Wav en Awb.