ECLI:NL:RVS:2015:2488
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke begunstigingstermijn voor staken permanente bewoning recreatiewoning Parc Patersven
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert legde aan appellant sub 1 een last onder dwangsom op om binnen 10 jaar de permanente bewoning van haar recreatiewoning op Parc Patersven te staken. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde dit besluit voor zover de begunstigingstermijn was gesteld op 10 jaar en stelde zelf een termijn van 6 maanden vast. Zowel appellant sub 1 als het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de begunstigingstermijn op 6 maanden heeft gesteld, terwijl een termijn van 1 jaar redelijk is. De Afdeling stelt vast dat het college een ruime discretionaire bevoegdheid heeft, maar dat de termijn niet wezenlijk langer mag zijn dan noodzakelijk om de overtreding te beëindigen. De Afdeling acht de motivering van de rechtbank onvoldoende om het onderscheid in termijnen te rechtvaardigen.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de termijn op 6 maanden stelde en bepaalt zelf een termijn van 6 maanden vanaf de dag van verzending van deze uitspraak, aangezien de termijn van 1 jaar inmiddels is verstreken. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en bevestigt zij de overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State stelt een termijn van 6 maanden vast waarbinnen appellant sub 1 de permanente bewoning van de recreatiewoning moet staken.