ECLI:NL:RVS:2015:2491
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke termijn voor staken permanente bewoning recreatiewoningen Parc Patersven
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert legde bewoners van recreatiewoningen op Parc Patersven een last onder dwangsom op om binnen 10 jaar de permanente bewoning te staken, met een dwangsom van € 25.000. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde deze termijn en stelde een termijn van 6 maanden na verzending van de uitspraak vast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zij de begunstigingstermijn op 6 maanden stelde in plaats van de eerder door de Afdeling in vergelijkbare zaken vastgestelde termijn van 1 jaar. De Afdeling benadrukt dat de termijn niet wezenlijk langer mag zijn dan noodzakelijk om de overtreding te beëindigen, maar dat gezien de omvang van de handhavingsactie en de moeilijke woningmarkt een termijn van 1 jaar redelijk is.
Omdat de termijn van 1 jaar inmiddels was verstreken, stelt de Afdeling zelf een termijn van 6 maanden na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen de bewoners het gebruik van de recreatiewoning anders dan voor verblijfsrecreatie moeten hebben gestaakt. Tevens veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten aan een appellant.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige motivering bij het bepalen van begunstigingstermijnen en het evenwicht tussen handhaving en belangen van bewoners.
Uitkomst: De Raad van State stelt een termijn van 6 maanden na uitspraak vast waarbinnen de permanente bewoning moet zijn gestaakt.