ECLI:NL:RVS:2015:2495
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke termijn voor beëindiging permanente bewoning recreatiewoningen Parc Patersven
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert legde aan bewoners van het recreatiepark Parc Patersven last onder dwangsom op om permanente bewoning van recreatiewoningen binnen 10 jaar te staken. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde deze termijn en stelde een termijn van 6 maanden vast. Zowel bewoners als het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat permanente bewoning in strijd is met het geldende bestemmingsplan en dat het college bevoegd was handhavend op te treden. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd waarom de begunstigingstermijn van 10 jaar buiten toepassing werd gelaten en waarom de termijn werd teruggebracht tot 6 maanden in plaats van 1 jaar, zoals in eerdere vergelijkbare zaken was vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat een begunstigingstermijn van 1 jaar redelijk is, maar aangezien die termijn inmiddels was verstreken, stelde zij zelf een termijn van 6 maanden vast waarbinnen de permanente bewoning moet worden gestaakt. Daarnaast veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten aan de bewoners en griffierechten.
De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige motivering bij het bepalen van begunstigingstermijnen en benadrukt dat handhaving in het algemeen moet plaatsvinden tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De Afdeling handhaaft het algemeen belang van handhaving en het voorkomen van precedentwerking.
Uitkomst: De Raad van State stelt de termijn voor beëindiging van permanente bewoning vast op 6 maanden na verzending van de uitspraak en veroordeelt het college tot proceskostenvergoeding.