ECLI:NL:RVS:2015:2496
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke termijn voor staken permanente bewoning recreatiewoning Parc Patersven
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert legde aan [appellant sub 1] een last onder dwangsom op om binnen 10 jaar de permanente bewoning van hun recreatiewoning op Parc Patersven te staken. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde deze termijn en stelde een termijn van 6 maanden na verzending van haar uitspraak vast. Zowel [appellant sub 1] als het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen de permanente bewoning die in strijd is met het bestemmingsplan. Het vermoeden dat [appellant sub 1] de recreatiewoning als hoofdverblijf gebruikt, werd niet voldoende weerlegd. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd waarom zij de begunstigingstermijn op 6 maanden stelde in plaats van de eerder door de Afdeling als redelijk erkende termijn van 1 jaar.
De Afdeling stelde vast dat een begunstigingstermijn van 1 jaar redelijk is, maar aangezien deze termijn inmiddels was verstreken, stelde zij zelf een termijn van 6 maanden na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen het gebruik anders dan voor verblijfsrecreatie gestaakt moet zijn. Tevens veroordeelde de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten aan [appellant sub 1].
Uitkomst: De Raad van State stelt een termijn van 6 maanden na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen de permanente bewoning van de recreatiewoning moet zijn gestaakt.