ECLI:NL:RVS:2015:2508
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.C. Kranenburg
- R.J.J.M. Pans
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Raad van State tussenuitspraak over ontgrondingsvergunning Kesselse Waard en grondwaterstand
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 23 juni 2014 een ontgrondingsvergunning aan K3Delta B.V. voor het ontgronden van percelen in Alem en Lith ten behoeve van het project Kesselse Waard. Appellant, wonende nabij het projectgebied, stelde beroep in tegen het besluit vanwege bezorgdheid over mogelijke schade aan zijn woning door grondwaterdaling en zettingsrisico's.
Appellant betoogde dat het college onvoldoende was ingegaan op zijn zienswijzen en de door hem overgelegde tegenrapporten, waarin onder meer werd geadviseerd de oude rivierstrang niet uit te graven of te verleggen. Het college verwees naar rapporten van Grontmij die geen negatieve effecten op de grondwaterstand verwachtten, maar gaf geen reactie op de kritieken van appellant en diens deskundigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college niet had gemotiveerd waarom het ondanks de aangevoerde bezwaren kon vasthouden aan het besluit. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb. De Afdeling droeg het college op binnen 16 weken de motivering te herstellen of een nieuw besluit te nemen, waarbij de zienswijzen en tegenrapporten adequaat moeten worden betrokken.
In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herstellen of te herzien met een deugdelijke motivering over de gevolgen van de uitgraving voor de grondwaterstand nabij de woning van appellant.