ECLI:NL:RVS:2015:2514
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor nieuw schoolgebouw ondanks bezwaren omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 26 februari 2014 een omgevingsvergunning aan de Stichting Voortgezet Onderwijs Haaglanden voor de bouw van een nieuw schoolgebouw met gymlokaal, waarbij het bestaande gebouw wordt gesloopt. Het bouwplan overschrijdt het bestemmingsplan qua bouwvlak en maximale bouwhoogte, waarvoor een vergunning op grond van de Wabo is verleend.
Appellanten, omwonenden, stelden dat zij onvoldoende inspraak hadden gehad en dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd. De Raad van State oordeelde dat de wettelijke uitgebreide voorbereidingsprocedure met mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen was gevolgd, en dat overleg vooraf niet verplicht is.
Verder werd betoogd dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende rekening hield met de ingrijpende verandering van de woonomgeving en het ontbreken van maatschappelijk draagvlak. De Raad stelde vast dat de ruimtelijke onderbouwing uitvoerig inging op stedenbouwkundige inpassing, bouwhoogte en milieuaspecten, en dat de rechtbank terecht geen onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat aannam.
Ook het akoestisch onderzoek door DGMR werd aangevochten, maar de Raad concludeerde dat het college aan zijn vergewisplicht had voldaan en dat het onderzoek zorgvuldig en inzichtelijk was. Ten slotte oordeelde de Raad dat het college niet verplicht was voorwaarden te verbinden over gebruikstijden van installaties op het dak en dat het niet behoefde te onderzoeken of er haalbare alternatieven voor het bouwplan waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning bevestigd.