ECLI:NL:RVS:2015:252
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering horecavergunning wegens nadelige invloed op openbare orde en woonklimaat
De burgemeester van Amsterdam weigerde op 14 november 2013 aan appellant een vergunning te verlenen voor het exploiteren van een horecabedrijf op een locatie in Amsterdam. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De burgemeester baseerde de weigering op artikel 3.11 van de Apv Amsterdam, waarbij het levensgedrag van appellant, waaronder meerdere veroordelingen voor geweldsdelicten, een negatieve invloed zou hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in een omgeving waar veelal kwetsbare personen verblijven. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester dit standpunt redelijk kon innemen.
Appellant voerde meerdere verweren aan, waaronder het ontbreken van een besluit op zijn Drank- en Horecawetvergunningaanvraag, vertrouwen op betrokkenheid van stadsdeelwethouders, en het bezit van een VOG. Deze verweren werden verworpen omdat zij niet tijdig waren ingebracht, niet relevant waren voor het bestuursrechtelijke besluit en de VOG geen rekening hield met de openbare orde.
De Raad van State bevestigde dat de burgemeester discretionair bevoegd is en dat het oordeel over het levensgedrag niet beperkt is tot feiten gerelateerd aan de horeca. Ook de belangenafweging tussen openbare orde en exploitatiebelang werd als zorgvuldig beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de horecavergunning vanwege nadelige invloed van appellant's levensgedrag op de openbare orde en het woon- en leefklimaat.