ECLI:NL:RVS:2015:2522
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H. Troostwijk
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking vertrekovereenkomsten directeuren wegens privacy
Het college van gedeputeerde staten van Zeeland heeft verzoeken om openbaarmaking van vertrekovereenkomsten van twee directeuren afgewezen met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Na bezwaar en beroep bij de rechtbank Oost-Brabant werd het beroep ongegrond verklaard. Zowel [appellant A] en anderen als [appellant E] stelden hoger beroep in tegen deze uitspraken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaken ter zitting behandeld op 22 juni 2015.
De appellanten betoogden dat transparantie over bezoldiging en vertrekvergoedingen maatschappelijk gewenst is en dat de rechtbank ten onrechte het college in redelijkheid heeft toegestaan bepaalde percentages over het behoud van bezoldiging tijdens non-activiteitsverlof niet openbaar te maken. De Afdeling oordeelde dat het college terecht het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer zwaarder heeft laten wegen dan het belang van openbaarmaking, mede omdat uit de percentages het bedrag van de vergoeding redelijkerwijs kan worden afgeleid.
De Afdeling verklaart de hoger beroepen ongegrond en bevestigt de uitspraken van de rechtbank, waarmee de weigering tot openbaarmaking van de betreffende gegevens standhoudt.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering tot openbaarmaking van de percentages in de vertrekovereenkomsten vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer.