ECLI:NL:RVS:2015:2528
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke termijn voor beëindiging permanente bewoning recreatiewoning Parc Patersven
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert heeft bij besluiten van 17 september 2013 aan appellant sub 1 een last onder dwangsom opgelegd om binnen 10 jaar de permanente bewoning van zijn recreatiewoning op Parc Patersven te staken. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde deze besluiten voor zover de begunstigingstermijn op 10 jaar was gesteld en stelde deze termijn op 6 maanden na verzending van het vonnis.
Appellant sub 1 en het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en dat de rechtbank terecht het vertrouwensbeginsel niet schond. De Afdeling wijst verder betogen af dat bijzondere omstandigheden of financiële nadelen het handhavend optreden onevenredig maken.
Echter, de Afdeling stelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de begunstigingstermijn op 6 maanden werd gesteld in plaats van de eerder door de rechtbank vastgestelde termijn van 1 jaar. Gezien de grootschalige handhavingsactie en de moeilijke woningmarkt acht de Afdeling een termijn van 1 jaar redelijk. Omdat deze termijn inmiddels is verstreken, stelt de Afdeling zelf een termijn van 6 maanden na verzending van deze uitspraak vast voor het staken van de permanente bewoning.
De Afdeling vernietigt het bestreden deel van de uitspraak en bevestigt het overige. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Begunstigingstermijn voor staken permanente bewoning vastgesteld op 6 maanden na uitspraak.