ECLI:NL:RVS:2015:2534
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling kreeg op 29 mei 2015 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd na strafrechtelijke detentie, zonder dat hij een asielwens had geuit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond wegens het ontbreken van een kenbare en deugdelijk gemotiveerde belangenafweging voorafgaand aan de maatregel, waardoor deze onrechtmatig was.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat geen nadere motivering vereist was omdat het grensbewakingsbelang in beginsel het opleggen van de maatregel rechtvaardigt en dat de vreemdeling geen bijzondere omstandigheden had gesteld. De Afdeling oordeelde echter dat, ook zonder toepassing van de Terugkeerrichtlijn en Opvangrichtlijn, het motiveringsvereiste uit het arrest Mahdi geldt en dat de staatssecretaris had moeten motiveren waarom geen lichter middel volstond.
De Afdeling verwierp het beroep van de staatssecretaris en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de maatregel onrechtmatig was. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is onrechtmatig wegens onvoldoende motivering en het hoger beroep van de staatssecretaris wordt afgewezen.