ECLI:NL:RVS:2015:2545
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die bij besluit van 10 maart 2014 door de staatssecretaris werd afgewezen en waarbij tevens een inreisverbod werd uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eerder had de Afdeling in een andere procedure het beroep van de vreemdeling tegen een vergelijkbaar besluit van 24 april 2012 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Omdat de staatssecretaris bij het nieuw te nemen besluit moet uitgaan van de actuele feiten en omstandigheden, heeft de vreemdeling geen belang meer bij het huidige hoger beroep. Het inreisverbod is onlosmakelijk verbonden met het vernietigde besluit, zodat dit in de nieuwe procedure opnieuw beoordeeld zal worden.
De Afdeling oordeelt daarom dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een kamer bestaande uit drie leden en een griffier, en uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.