ECLI:NL:RVS:2015:2556
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning in- en uitrit wegens wegveiligheid en boombeleid
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen weigerde op 13 augustus 2013 een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een in- en uitrit op een perceel in Nijmegen. Na bezwaar en beroep verklaarden zowel het college als de rechtbank het bezwaar en beroep ongegrond. De appellant stelde dat het college ten onrechte de vergunning had geweigerd, onder meer omdat de aanvraag niet in strijd zou zijn met het gemeentelijk beleid en het gelijkheidsbeginsel.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht uitging van de ingediende tekening waarop de oprit schuin wordt verlaten, en dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de aanvraag in strijd was met het belang van een veilig en doelmatig gebruik van de weg zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Daarnaast werd geoordeeld dat het college het gelijkheidsbeginsel niet had geschonden, omdat het beleid omtrent boombeheer sinds 1977 is gewijzigd en recente werkzaamheden aan bomen niet in strijd waren met het geldende beleid.
Verder werd vastgesteld dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden, omdat er geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan door het college die rechtvaardigen dat de vergunning zonder meer zou worden verleend na het indienen van een aangepaste tekening. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de in- en uitrit op het perceel in Nijmegen.