ECLI:NL:RVS:2015:2557
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag na niet aannemelijk maken kosten
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de bezwaren van appellant tegen de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag voor 2008 en de herziening van voorschotten over 2009 en 2010 ongegrond verklaard. De rechtbank Gelderland heeft dit oordeel bevestigd omdat appellant geen bewijs heeft geleverd van daadwerkelijke kosten voor kinderopvang, zoals bankafschriften van betalingen aan de gastouder.
Appellant voerde aan dat noodzakelijke boodschappen en een traphek wel als kosten van kinderopvang moesten worden beschouwd, maar de Raad van State oordeelde dat zij dit niet voldoende heeft onderbouwd. Daarnaast stelde appellant dat de toeslag ook zonder gemaakte kosten niet op nihil had mogen worden gesteld, maar de Raad wees dit af op grond van de wettelijke bepalingen en de voorlichting.
Verder betoogde appellant dat alleen het gastouderbureau aansprakelijk zou zijn voor frauduleus handelen, maar de Raad stelde dat de aanvraag met haar DigiD is ingediend en de terugvordering daarom aan haar moet worden toegerekend. Ten slotte faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat voorschotten slechts voorlopige betalingen zijn die kunnen worden herzien.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de kinderopvangtoeslag bevestigd.