ECLI:NL:RVS:2015:2559
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving beëindiging ligplaats woonschip in industriehaven
Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland heeft op 22 november 2011 een besluit genomen om het innemen van een ligplaats met een woonschip in de industriehaven te beëindigen, onder aanzegging van bestuursdwang. Appellant, die met zijn woonschip 'IJsselmeer' ligplaats innam in strijd met het bestemmingsplan, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden omdat het innemen van de ligplaats in strijd was met het bestemmingsplan. Handhaving is in beginsel verplicht tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, zoals zicht op legalisering of disproportionaliteit van het optreden. De Raad stelt vast dat geen sprake is van dergelijke omstandigheden. Het college heeft bovendien redelijk gehandeld door te wachten met handhaving totdat appellant andere woonruimte had gevonden.
Verder oordeelt de Raad dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden omdat appellant geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen heeft ontvangen waarop hij rechtens mocht vertrouwen. Ook het niet voorafgaand horen van appellant wordt niet als onrechtmatig beoordeeld, omdat appellant eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze te geven en geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.