ECLI:NL:RVS:2015:2567
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- H.G. Lubberdink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tegemoetkoming planschade door bestemmingsplanwijziging
PBG verwierf in 2008 een perceel met bestemming voor een verpleeginrichting en wilde daarop een GGZ-instelling bouwen. Door een nieuw bestemmingsplan in 2012 kwam het perceel vrijwel geheel binnen een geluidszone, waardoor de bouwmogelijkheden vervielen.
PBG vroeg een tegemoetkoming in planschade aan, maar het college wees dit af op advies van de SAOZ, stellende dat PBG het risico passief had aanvaard door onvoldoende concrete pogingen tot bouwen. De rechtbank verklaarde het beroep van PBG ongegrond, maar PBG stelde hoger beroep in.
De Raad van State oordeelt dat PBG wel een voldoende concrete poging heeft gedaan door het indienen van een beginselaanvraag met bouwtekeningen en dat het college deze aanvraag ten onrechte niet heeft beoordeeld. Het college heeft bovendien onjuiste informatie verstrekt over overgangsrecht, waardoor PBG vertrouwde op bouwmogelijkheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, en bepaalt dat alleen bij de Afdeling beroep tegen het nieuwe besluit kan worden ingesteld. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college om de tegemoetkoming in planschade af te wijzen wordt vernietigd en het beroep van PBG wordt gegrond verklaard.