ECLI:NL:RVS:2015:2572
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen uitbreiding bestemmingsplan winkelcentrum Winsum-Obergon
De raad van de gemeente Winsum stelde op 6 november 2014 het bestemmingsplan 'Winsum-Dorp, Winkelcentrum Obergon' vast, waarin onder meer de uitbreiding van de aanduiding 'supermarkt' en bouwmogelijkheden werden opgenomen. Appellant, eigenaar van een restaurant op de betrokken gronden, stelde beroep in tegen dit besluit.
Appellant voerde aan dat er geen noodzaak bestond voor de uitbreiding van het winkelcentrum, dat de uitbreiding zou leiden tot het verdwijnen van kleinere winkels en dat alternatieve locaties onvoldoende waren onderzocht. De raad verwees naar de detailhandelsvisie uit 2008, waarin de uitbreiding van het winkelcentrum als noodzakelijk werd beschouwd om het voorzieningenniveau te optimaliseren en het dorp aantrekkelijk te houden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de uitbreiding noodzakelijk was en dat het plan niet uitsloot dat appellant zijn restaurant kon voortzetten. Verder werd vastgesteld dat de gronden niet binnen een beschermd dorpsgezicht vielen en dat de belangen van appellant voldoende waren betrokken. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt het gemeentelijke beleid en de beleidsvrijheid van de raad bij het vaststellen van bestemmingsplannen binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan voor de uitbreiding van winkelcentrum Obergon te Winsum wordt ongegrond verklaard.