ECLI:NL:RVS:2015:2579
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen spoedeisende bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 20 oktober 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een vuilniszak te verwijderen die naast een ondergrondse container was aangetroffen. De vuilniszak bevatte twee poststukken die naar appellante herleidbaar waren, waardoor het college aannam dat zij de overtreding had begaan door het afval in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aan te bieden.
Appellante betwist deze overtreding en stelt dat zij niet verantwoordelijk is, omdat de poststukken door haar op een andere locatie zijn weggegooid en een collega de vuilniszak verkeerd heeft aangeboden. Zij voert ook aan dat de vuilniszak een Komo-zak was, terwijl zij alleen transparante pedaalemmerzakken gebruikt. Het college en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordelen dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet de overtreder is.
De Afdeling verwijst naar het bestuursrechtelijke uitgangspunt dat degene tot wie afvalstoffen kunnen worden herleid, in principe als overtreder wordt beschouwd, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Omdat appellante dit niet heeft gedaan, wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.