ECLI:NL:RVS:2015:2580
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 26 januari 2015 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos met afval naast een ondergrondse restafvalcontainer te verwijderen. Het college stelde dat appellante verantwoordelijk was omdat haar naam en adres op de doos stonden. Appellante betwist dit en stelt dat zij de doos bij het grofvuil van haar buren had geplaatst en vermoedt dat iemand anders de doos verkeerd heeft aangeboden.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat degene die het afval kan worden toegerekend in principe als overtreder wordt beschouwd, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat diegene niet de overtreding heeft gepleegd. Het college heeft bewijs geleverd dat er geen afspraak was gemaakt voor het ophalen van grofvuil op de betreffende data en locatie, waardoor het niet aannemelijk is dat appellante de doos correct heeft aangeboden.
De Afdeling concludeert dat appellante terecht als overtreder is aangemerkt en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de toepassing van bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van afval is ongegrond verklaard.