ECLI:NL:RVS:2015:2601
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor beroep tegen besluit raad
De raad voor rechtsbijstand wees op 4 februari 2014 de aanvraag van appellant om een toevoeging voor rechtsbijstand af. Appellant maakte bezwaar, dat op 23 mei 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing op 6 november 2014 ongegrond. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellant recht heeft op toevoeging voor rechtsbijstand bij het instellen van beroep tegen een besluit van de raad. De raad baseert zich op de Wet op de rechtsbijstand (Wrb), waarin is bepaald dat rechtsbijstand niet wordt verleend indien het belang redelijkerwijs door de aanvrager zelf kan worden behartigd. De raad voert dat de zaak niet juridisch of feitelijk complex is en dat appellant zelf, al dan niet met hulp van een niet-juridische derde, het beroep kan instellen.
Appellant betoogt dat hij niet wist dat hij beroep kon instellen en dat het onduidelijk was dat het besluit van 9 december 2013 voor beroep vatbaar was. De Afdeling oordeelt dat appellant hulp kon inroepen van een andere persoon of instelling buiten de Wrb en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat rechtsbijstand niet noodzakelijk is. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, nu een eerder verleende toevoeging in een soortgelijke zaak een incidentele fout betrof.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand bij beroep tegen het besluit van de raad.