ECLI:NL:RVS:2015:2607
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 24 februari 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 20 maart 2015 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 24 februari 2015 had getoetst alsof het een eerste afwijzing betrof, terwijl het besluit van gelijke strekking was als het eerdere besluit van 18 april 2014. Volgens vaste jurisprudentie kan een bestuursrechter een dergelijk besluit alleen toetsen indien er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn.
De vreemdeling had documenten overgelegd die hij als nieuw bewijs aanvoerde, waaronder een nationaliteitsverklaring, paspoort en een brief ter onderbouwing van zijn herkomst. De Afdeling oordeelde dat deze stukken geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden vormden, omdat zij op zijn verzoek waren opgesteld en de vreemdeling niet had aangetoond dat hij deze niet eerder had kunnen overleggen.
Verder leidde het bewijs niet tot het oordeel dat het refoulementverbod zou worden geschonden. Daarom was toetsing van het besluit niet aan de orde en had de rechtbank het beroep ongegrond moeten verklaren. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.