ECLI:NL:RVS:2015:2609
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nieuw gebleken feiten bij aanvraag verblijfsvergunning asiel na bekering
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat zijn bekering tot het christendom en de uitvaardiging van fatwa's tegen hem in Pakistan nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden die tot toetsing van het besluit moesten leiden.
De Raad voor de Rechtspraak overwoog dat het originele doopcertificaat, gedateerd na de vorige asielprocedure, wel degelijk een nieuw feit is dat toetsing rechtvaardigt. Daarnaast erkende de Afdeling dat de vreemdeling de originele fatwa's niet kon overleggen omdat deze in beslag waren genomen en bij het Openbaar Ministerie berusten, waardoor het ontbreken van originelen hem niet kan worden tegengeworpen.
De grieven van de vreemdeling werden gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd een proceskostenvergoeding vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.