ECLI:NL:RVS:2015:2610
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens niet-nieuwe feiten
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of een medisch rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO) als nieuw feit of veranderde omstandigheid kon worden aangemerkt. De rechtbank had dit rapport als zodanig beschouwd, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het rapport niet als nieuw kon worden gezien omdat het in een eerdere procedure tijdig had kunnen worden ingebracht.
Verder faalden de argumenten van de vreemdeling dat zij vanwege haar psychische gesteldheid en haar status als alleenstaande vrouw recht had op bescherming. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.