ECLI:NL:RVS:2015:2611
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid bekering
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 9 april 2015 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die op 12 mei 2015 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zijn standpunt over de ongeloofwaardigheid van de bekering niet uitsluitend baseerde op de verklaringen over bezoeken aan huiskerken en een inval daarin, maar ook op de motieven en het proces van bekering. De rechtbank had dit niet volledig onderkend.
Desondanks werd het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond verklaard, omdat de eerdere vernietiging van het besluit door de rechtbank op andere gronden zelfstandig standhield. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, met een verbetering van de motivering.
Tot slot werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling tot een bedrag van €490,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.