ECLI:NL:RVS:2015:2621
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijkheid overdracht vreemdeling met subsidiaire beschermingsstatus aan Italië
De staatssecretaris wees op 23 september 2014 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het redelijk zou zijn voor de vreemdeling om naar Italië te gaan, waar zij een subsidiaire beschermingsstatus heeft.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd. De subsidiaire beschermingsstatus in Italië voldoet aan de vereisten van artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit 2000, zodat het redelijk is dat de vreemdeling naar Italië gaat.
Verder oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling geen aanvullende garanties nodig heeft om overdracht aan Italië te rechtvaardigen en dat de belangen van het kind voldoende zijn meegewogen in het besluit. Het beroep op het EVRM en het Handvest faalt. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.