ECLI:NL:RVS:2015:2658
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding ligplaatsverbod binnenvaart
Bij besluit van 17 oktober 2013 heeft de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Noord aan appellante een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 9.03, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement door ligplaats te nemen met haar vaartuig op de Zijkanalen B en C.
Appellante heeft bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld tegen dit besluit, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard door respectievelijk de minister en de rechtbank Rotterdam. Appellante stelde onder meer dat zij toestemming had gekregen om te ankeren en dat het vaartuig als klein schip moest worden aangemerkt, waardoor het ligplaatsverbod niet zou gelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een geldige ontheffing was verleend. Het ligplaatsverbod geldt ook voor het ankeren op de betreffende vaarwegen en de uitzondering voor kleine schepen is niet van toepassing. Daarnaast is het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen omdat geen ongelijke behandeling is gebleken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.