ECLI:NL:RVS:2015:2667
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt alsnog verblijfsvergunning vanwege vervolgingsgevaar als ahmadi in Pakistan
De vreemdeling, behorend tot de ahmadi-gemeenschap in Pakistan, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Pakistan vervolging kan verwachten wegens zijn geloof en de wijze waarop hij dit wil belijden. Dit is gebaseerd op diverse rapporten, waaronder het UNHCR-rapport en het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken, die een zorgwekkende situatie schetsen voor ahmadi's, met discriminatie, geweld en beperkingen op godsdienstvrijheid.
De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd dat de vreemdeling niet te vrezen had voor vervolging, vooral omdat de vreemdeling verklaarde dat hij zijn geloof op een wijze wil belijden die in Pakistan risico's met zich meebrengt. De Raad van State vernietigde daarom het besluit en het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Hiermee is de vreemdeling alsnog in het gelijk gesteld en krijgt hij bescherming op grond van het vreemdelingenrecht en het bestuursrecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is vernietigd en het beroep van de vreemdeling is gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering omtrent vervolgingsgevaar.