ECLI:NL:RVS:2015:2668
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De staatssecretaris wees op 6 juni 2013 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet onredelijk heeft gehandeld bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de bekering van de vreemdeling tot het christendom, ondanks het oordeel van de rechtbank. De medische situatie van de vreemdeling vormde geen nieuw feit of veranderde omstandigheid die een schending van artikel 3 EVRM Pro zou rechtvaardigen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd geoordeeld dat het inreisverbod van twee jaar terecht is opgelegd en dat de vreemdeling voldoende gelegenheid had om individuele omstandigheden aan te voeren. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris gehandhaafd.