ECLI:NL:RVS:2015:2681
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over proceskostenvergoeding Wob-verzoek
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van een zaaksoverzicht, hetgeen aanvankelijk werd geweigerd door de staatssecretaris. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris het bezwaar gegrond en kende een proceskostenvergoeding toe van €109,25. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit en stelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan belang.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant wel degelijk belang had bij de beoordeling van het bezwaar omdat hij om vergoeding van proceskosten had verzocht. De rechtbank had ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Verder oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris onjuist een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) had toegepast in plaats van 1 (gemiddeld), en dat de puntwaarde van €437,00 werd gebruikt terwijl na 1 januari 2013 de puntwaarde €472,00 bedraagt. Daarom werd het besluit op bezwaar vernietigd voor zover het de hoogte van de proceskostenvergoeding betrof.
De Afdeling veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van €490,00 aan proceskosten voor het bezwaar en €980,00 voor het beroep en hoger beroep, alsmede tot vergoeding van het griffierecht van €399,00. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding en griffierecht aan appellant.