ECLI:NL:RVS:2015:2687
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- D.J.C. van den Broek
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer ondanks termijnoverschrijding
Het CBR legde appellant op 11 november 2013 een Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (EMA) op naar aanleiding van een schriftelijke mededeling van de politie over een ademalcoholgehalte van 455 µg/l op 9 juni 2013. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat door het CBR en vervolgens door de rechtbank Rotterdam werd afgewezen. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het besluit te laat was genomen, dat het CBR misleidend had gehandeld, en dat hij dubbel gestraft werd.
De Raad van State overwoog dat de beslistermijn van vier weken in artikel 131 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 niet fataal is en overschrijding niet tot onbevoegdheid leidt. Het CBR had de mededeling aanvankelijk als onvoldoende aangemerkt vanwege ontbrekende recidivegegevens en deze op 6 november 2013 ontvangen, waarna het besluit werd genomen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat dit geen misleiding opleverde.
Verder oordeelde de Afdeling dat er geen wettelijke verplichting bestaat dat de politie de betrokkene informeert over de mededeling aan het CBR. Ook werd het beroep op het ne bis in idem-beginsel verworpen omdat de EMA geen strafrechtelijke maatregel is. Het verzoek tot wraking van de rechtbank werd eveneens afgewezen.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.