ECLI:NL:RVS:2015:2689
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- D.J.C. van den Broek
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering intrekking bouwvergunningen Voorstraat 244 Dordrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht heeft bij besluit van 9 september 2013 het verzoek van appellanten om intrekking van de bouwvergunningen uit 2006 en 2007 afgewezen. Deze vergunningen betroffen het oprichten van een woongebouw met commerciële ruimte op het perceel Voorstraat 244 te Dordrecht, waarbij aanvankelijk een glazen scheidingswand was opgenomen in de bouwtekeningen. Later zijn gewijzigde bouwtekeningen zonder deze scheidingswand onderdeel geworden van de vergunningen.
Appellanten stelden dat het ontbreken van de glazen scheidingswand in strijd is met de verleende vergunningen en dat zij daardoor overlast ondervinden door inkijk in hun woning. Zij voerden aan dat het college bevoegd was de vergunningen in te trekken op grond van artikel 5.19 van de Wabo, omdat sprake zou zijn van een onjuiste of onvolledige opgave en niet overeenkomstig de vergunningen zou zijn gebouwd.
De rechtbank oordeelde dat de vergunningen in rechte onaantastbaar zijn en dat het bouwplan overeenkomstig die vergunningen is gerealiseerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. Er is geen sprake van onjuiste of onvolledige opgave bij de aanvraag en het college was niet bevoegd tot intrekking. Ook het niet informeren van appellanten over de gewijzigde bouwtekeningen en eventuele privaatrechtelijke afspraken geven geen grond voor intrekking.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 november 2014 wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering tot intrekking van de bouwvergunningen wordt bevestigd.