ECLI:NL:RVS:2015:2696
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning voor gereserveerde parkeerplaats bij perceel te Weesp
Het college van burgemeester en wethouders van Weesp heeft op 20 februari 2012 een vergunning geweigerd voor een gereserveerde parkeerplaats ten behoeve van bedrijfsactiviteiten bij een perceel te Weesp. Na bezwaar werd de vergunning opnieuw geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van de aanvrager ongegrond.
De aanvrager, wonende op een woonboot nabij het perceel en werkzaam als verloskundige, had een vergunning aangevraagd voor een belanghebbendenplaats aan de overzijde van de Lage Klompweg. Volgens de gemeentelijke Parkeerverordening 1994 kan een vergunning alleen worden verleend binnen gebieden die door het college zijn aangewezen als bestemmingsgebied voor vergunninghouders.
De aanvrager stelde dat het college ook een vergunning kon verlenen op grond van het vierde lid van artikel 3 van Pro de verordening, ook als het gebied niet was aangewezen. De Raad van State oordeelde dat het college eerst een gebied moet aanwijzen alvorens een vergunning kan worden verleend en dat het vierde lid alleen een uitzondering maakt op de voorwaarden van het tweede lid binnen zulke aangewezen gebieden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning voor de parkeerplaats omdat het perceel niet binnen een aangewezen gebied met belanghebbendenplaatsen ligt.