ECLI:NL:RVS:2015:2697
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsommen wegens niet-verwijderde erfafscheiding
Het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk legde appellant een last onder dwangsom op om een illegale erfafscheiding aan de voor- en zijkant van zijn woning te verwijderen of terug te brengen tot een hoogte van 1 meter. Appellant voldeed niet aan de last voor het gedeelte aan de zijkant, wat leidde tot verbeurde dwangsommen.
Appellant voerde aan dat alleen de erfafscheiding aan de voorzijde onder de last viel en dat het zijkantgedeelte vergunningvrij was. De rechtbank oordeelde echter dat de last betrekking had op zowel voor- als zijkant en dat de dwangsommen terecht waren verbeurd. Tevens stelde appellant dat het college wegens bijzondere omstandigheden van invordering had moeten afzien, onder meer vanwege gerechtvaardigd vertrouwen en een eerdere brief waarin geen handhaving werd aangekondigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, benadrukkend dat invordering van dwangsommen zwaarwegend is en slechts in bijzondere omstandigheden kan worden afgezien. De eerdere brief gaf geen rechten en het gerechtvaardigd vertrouwen kon niet worden afgeleid uit de onherroepelijke uitspraak waarin de gehele last in stand bleef. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de verbeurde dwangsommen bevestigd.