ECLI:NL:RVS:2015:2701
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving permanente bewoning recreatieverblijf te Ermelo
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo legde [appellant] een last onder dwangsom op om het strijdige gebruik van een recreatieverblijf op een perceel te beëindigen. Het betrof permanente bewoning die in strijd is met het bestemmingsplan "Recreatieterreinen" en het voorheen geldende bestemmingsplan "Het Tonselseveld 1987". [Appellant] voerde aan dat het gebruik onder het overgangsrecht viel omdat het recreatieverblijf al permanent bewoond werd op het peilmoment in 1989. De rechtbank oordeelde dat dit niet aannemelijk was gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college bevoegd is tot handhaving omdat [appellant] onvoldoende bewijs leverde dat het recreatieverblijf op het peilmoment permanent bewoond was. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de brieven van het college geen concreet en ondubbelzinnig vertrouwen gaven dat handhaving achterwege zou blijven.
Tegen het besluit tot invordering van € 45.000 aan dwangsommen maakte [appellant] bezwaar. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het recreatieverblijf permanent werd bewoond in de controleperiode. Het aantal controles waarbij [bewoner] en zijn auto werden aangetroffen was te gering om permanente bewoning te bewijzen. Bovendien stond [bewoner] ingeschreven op een adres in Harderwijk. Daarom werd het dwangsombesluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Handhavingsbesluit bevestigd, dwangsombesluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs permanente bewoning.