ECLI:NL:RVS:2015:2716
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake herziening voorschot zorgtoeslag 2011
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het bezwaar tegen de herziening van het voorschot zorgtoeslag 2011 gegrond heeft verklaard. De Belastingdienst had het voorschot verhoogd van €237 naar €620 omdat zij de toeslagpartner van appellante als partner aanmerkte.
Appellante voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de toeslagpartner terecht als partner was aangemerkt, mede omdat er partnerschapsvoorwaarden golden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat deze partnerschapsvoorwaarden niet relevant zijn voor de toepassing van artikel 3 Awir Pro, waarin een ruim partnerbegrip is opgenomen.
Verder werd betoogd dat de verrekening zonder verrekeningsbeschikking en zonder rekening te houden met de beslagvrije voet onrechtmatig was. De Afdeling stelt dat op grond van artikel 12 Awir Pro bezwaar tegen verrekening niet openstaat, ongeacht het ontbreken van een verrekeningsbeschikking.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.