ECLI:NL:RVS:2015:2717
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A. Hammerstein
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing Zuiderkerk als gemeentelijk monument te Emmen
Het college heeft op 11 juni 2013 de Zuiderkerk en het bijbehorende pastoriegebouw te Emmen aangewezen als gemeentelijk monument. Het College van Kerkrentmeesters maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, dat bij besluit van 20 februari 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. Het College van Kerkrentmeesters stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het college de Zuiderkerk in redelijkheid als gemeentelijk monument heeft kunnen aanwijzen, mede gezien de vermeende waardevermindering en de financiële lasten voor de Protestantse Gemeente Emmen. Het college beriep zich op beleidsvrijheid en de belangenafweging die aan de aanwijzing ten grondslag ligt.
De Raad van State oordeelde dat het College van Kerkrentmeesters onvoldoende concrete gegevens had aangeleverd om aan te tonen dat de monumentenstatus negatieve gevolgen had die zwaarwegend genoeg waren om de aanwijzing te verhinderen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het college niet verplicht was om voorafgaand aan de aanwijzing de omvang van waardevermindering of alternatieve herbestemming te onderzoeken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het College van Kerkrentmeesters tegen de aanwijzing van de Zuiderkerk als gemeentelijk monument is ongegrond verklaard.