ECLI:NL:RVS:2015:2728
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling toegang geweigerd; hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep toegangsweigering
Bij besluit van 4 november 2014 is aan een vreemdeling de toegang geweigerd tot Nederland. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het beroep tegen de toegangsweigering terecht gelijktijdig met het beroep tegen een daaropvolgende vrijheidsbeperkende maatregel behandeld mocht worden. De rechtbank had beide beroepen gelijktijdig behandeld, terwijl de staatssecretaris stelde dat het beroep tegen de toegangsweigering eerst administratief bij hem had moeten worden ingesteld, omdat er geen vrijheidsontnemende maar een vrijheidsbeperkende maatregel was opgelegd.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen de toegangsweigering niet als administratief beroep aan de staatssecretaris had doorgezonden. De uitzondering op het administratief beroep geldt alleen bij vrijheidsontnemende maatregelen, wat hier niet het geval was. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering niet-ontvankelijk, met doorzending naar de staatssecretaris voor administratieve behandeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering wordt niet-ontvankelijk verklaard en doorgezonden naar de staatssecretaris voor administratieve behandeling.