ECLI:NL:RVS:2015:2729
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondverklaring beroep vreemdelingen tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris heeft op 16 juni 2014 de aanvragen van de vreemdelingen voor een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdelingen tegen deze besluiten gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat hij de vreemdelingen had moeten horen en dat hij onvoldoende het bijzondere feitencomplex en de belangen van de kinderen had meegewogen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onterecht de hoorplicht aan de vreemdelingen toekende omdat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden hadden aangevoerd die niet al in het besluit waren betrokken.
Daarnaast stelde de Raad vast dat de rechtbank ten onrechte omstandigheden na het besluit had betrokken bij haar beoordeling. De staatssecretaris had het bijzondere feitencomplex, waaronder het overlijden van de moeder en het verblijf bij een verzorgster in België, voldoende meegewogen en een zorgvuldige belangenafweging gemaakt. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen tegen de afwijzing van hun machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.