ECLI:NL:RVS:2015:2732

Raad van State

Datum uitspraak
14 augustus 2015
Publicatiedatum
26 augustus 2015
Zaaknummer
201506431/2/A4
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 3.38 lid 1 WroArt. 9.3.2 Invoeringswet Wro
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen motorcrosswedstrijd vanwege planologische geschilpunten

Verzoekers hebben bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd om het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf te verplichten uiterlijk op 14 augustus 2015 een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met een dwangsom van €10.000 per dag bij uitblijven. Tevens werd verzocht de motorcrosswedstrijd op 16 augustus 2015 op het terrein Prikkedam te verbieden wegens strijd met planologische regels.

Het college had eerder handhavend optreden tegen de motorclub afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Noord-Nederland vernietigde dit besluit en bepaalde dat het college binnen zes weken opnieuw moest beslissen. Het college stelde tegen deze uitspraak hoger beroep in en vroeg om opschorting van de verplichting tot een nieuw besluit.

De voorzieningenrechter wees het verzoek van verzoekers af, omdat het college reeds verplicht is uiterlijk 31 augustus 2015 een nieuw besluit te nemen en er geen aanleiding is voor dwangsommen of een verbod op de wedstrijd. De beheersverordening die planologische bescherming bood, was door de rechtbank onverbindend verklaard, waardoor het oude bestemmingsplan uit 1980 geldt, dat voor de hoofdbaan, waarop de wedstrijd plaatsvindt, geen planologische regels bevat. Hierdoor is het verbod op de wedstrijd niet gerechtvaardigd.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen; geen nieuw besluit op bezwaar uiterlijk 14 augustus en geen verbod op de motorcrosswedstrijd.

Uitspraak

201506431/2/A4.
Datum uitspraak: 14 augustus 2015 AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van [verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Makkinga, gemeente Ooststellingwerf, om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) in het geding tussen: [verzoeker],
verzoeker, en het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf,
verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 augustus 2015 om 14.00 uur. Tegenwoordig:
Staatsraad mr. S.F.M. Wortmann voorzieningenrechter griffier: mr. F.B. van der Maesen de Sombreff Verschenen:
Het college, vertegenwoordigd door mr. K.L. Markerink en J. van der Werf, en Motorclub Ooststellingwerf, vertegenwoordigd [gemachtigden]. Bij besluit van 23 juli 2014 heeft het college afzonderlijke verzoeken van [verzoeker] om handhavend optreden tegen Motorclub Ooststellingwerf afgewezen. Bij besluit van 25 november 2014 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 29 juni 2015 in zaak nr. 14/5483 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 25 november 2014 vernietigd en bepaald dat het college binnen zes weken na de verzenddatum opnieuw dient te beslissen op het bezwaar van [verzoeker] met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Van Rossum heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek af. Daartoe overweegt hij het volgende. [verzoeker] heeft verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het college uiterlijk op 14 augustus 2015 een nieuw besluit op bezwaar neemt en dat een dwangsom wordt opgelegd van € 10.000,00 voor elke dag dat het college geen nieuw besluit heeft genomen. Voorts heeft hij verzocht, zo begrijpt de voorzieningenrechter het verzoek, dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de motorcrosswedstrijd die op 16 augustus 2015 op het motorcrossterrein Prikkedam zal worden verreden, wordt verboden wegens strijd met planologische regels. Het college heeft op 21 juli 2015 tegen de uitspraak van de rechtbank van 29 juni 2015 hoger beroep ingesteld. Daarbij heeft het college de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank door een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek bij mondelinge uitspraak van heden in zaak nr 201505795/2/A4 afgewezen en bepaald dat uiterlijk op 31 augustus 2015 bedoeld besluit op bezwaar moet zijn genomen. De voorzieningenrechter ziet, gelet hierop, geen aanleiding bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het college uiterlijk op 14 augustus 2015 een nieuw besluit neemt en evenmin voor het opleggen van een dwangsom voor elke dag dat een besluit uitblijft.
Het college heeft het verzoek van [verzoeker] om handhavend optreden wegens strijd met planologische regels afgewezen, omdat het motorcrossterrein op grond van de op 24 september 2014 door de raad van de gemeente Ooststellingwerf vastgestelde beheersverordening "Motorcrossterrein Prikkedam van de gemeente Oostellingwerf" planologische bescherming geniet. De rechtbank heeft bij de uitspraak van 29 juni 2015 de beheersverordening echter wegens strijd met artikel 3.38, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening onverbindend geacht. Als gevolg hiervan is het bestemmingsplan "motorcrossterrein Prikkedam" uit 1980, waaraan door de Kroon bij besluit van 23 maart 1987 deels goedkeuring is onthouden, het voor het motorcrossterrein geldende planologisch regime. Het deel van het motorcrossterrein waaraan goedkeuring is onthouden, ziet op de zogeheten hoofdbaan en de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen. Ter zitting is gebleken dat de wedstrijd van 16 augustus 2015 zal worden verreden op de hoofdbaan. Het aan het bestemmingsplan "motorcrossterrein Prikkedam" voorafgaande "Plan in Hoofdlijnen" uit 1964 is ingevolge artikel 9.3.2 van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening per 1 juli 2013 komen te vervallen. Dit brengt met zich dat ten aanzien van de hoofdbaan, waarop de wedstrijd zal worden verreden, geen planologische regels gelden. De voorzieningenrechter ziet dan ook in zoverre geen aanleiding de wedstrijd van 16 augustus 2015 bij wijze van voorlopige voorziening te verbieden. Indien zou moeten worden geoordeeld dat de rechtbank bij uitspraak van 29 juni 2015 de beheersverordening ten onrechte onverbindend heeft geacht - hetgeen de voorzieningenrechter thans uitdrukkelijk in het midden laat - bestaat evenmin reden om de gevraagde voorziening te treffen, omdat in dat geval de motorcrossbaan planologisch zou zijn toegestaan. w.g. Wortmann w.g. Van der Maesen de Sombreff
Voorzieningenrechter griffier 190-784.