ECLI:NL:RVS:2015:2743
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoegingen rechtsbijstand wegens onjuiste gegevens over gezamenlijke huishouding
De Raad van State heeft op 2 september 2015 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellant tegen de rechtbank Den Haag, die het beroep tegen de intrekking van meerdere toevoegingen voor rechtsbijstand ongegrond had verklaard.
De intrekkingsbesluiten van de raad voor rechtsbijstand waren gebaseerd op het feit dat appellant ten tijde van de aanvragen onjuist of onvolledig had verklaard dat hij geen gezamenlijke huishouding voerde, terwijl hij feitelijk bij een huisgenote woonde en door haar werd onderhouden. Appellant stelde dat hij geen gezamenlijke huishouding voerde, maar noodgedwongen bij haar woonde vanwege gebrek aan inkomen.
De Raad oordeelde dat het standpunt van de raad dat sprake was van een gezamenlijke huishouding terecht was, mede gelet op het samenwonen en het onderhouden worden door de huisgenote, tevens moeder van de minderjarige dochter van appellant. De Raad verwierp het betoog dat appellant alsnog in de gelegenheid had moeten worden gesteld financiële gegevens van de huisgenote aan te leveren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toevoegingen voor rechtsbijstand aan appellant wordt bevestigd wegens onjuiste opgave over het voeren van een gezamenlijke huishouding.