ECLI:NL:RVS:2015:2759
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens openstaande strafzaak en gevaar voor openbare orde
Appellant verzocht om naturalisatie, maar de staatssecretaris wees dit verzoek op 16 mei 2014 af vanwege een openstaande strafzaak wegens overtreding van de Opiumwet. Het bezwaar van appellant werd op 22 juli 2014 ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep op 20 januari 2015 eveneens ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat volgens artikel 9 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap een verzoek om naturalisatie moet worden afgewezen indien ernstige vermoedens bestaan dat de verzoeker gevaar vormt voor de openbare orde. Het openstaan van een strafzaak op het moment van het besluit vormt een serieuze verdenking die tot afwijzing leidt. Het feit dat appellant in hoger beroep mogelijk zou worden vrijgesproken of een geldboete opgelegd zou krijgen, vormt geen bijzondere omstandigheid om van het beleid af te wijken.
Appellants betoog dat de staatssecretaris excessief formalistisch en willekeurig heeft gehandeld door het verzoek niet aan te houden, werd verworpen omdat er geen duidelijkheid bestond over de termijn van het hoger beroep in de strafzaak. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat de officier van justitie niet bevoegd is tot beslissingen over naturalisatie en uitspraken over verblijf niets zeggen over het Nederlanderschap.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.