ECLI:NL:RVS:2015:2764
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.W. van de Gronden
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzet tegen verwerking justitiële persoonsgegevens
Appellant heeft verzet aangetekend tegen de verwerking van hem betreffende justitiële persoonsgegevens in persoonsdossiers, stellende dat de rapporten onvolledig en onjuist zijn opgesteld. De minister heeft dit verzet afgewezen na advies van het Openbaar Ministerie en het NIFP. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling overweegt dat de verwerking van persoonsgegevens in het kader van strafrechtelijke activiteiten valt buiten de reikwijdte van de Privacyrichtlijn en de Wet bescherming persoonsgegevens. Het recht op verzet zoals bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) vereist bijzondere persoonlijke omstandigheden om verwerking te beëindigen, welke appellant niet heeft aangetoond.
Verder is het beroep op het Google Spain arrest niet relevant voor deze zaak omdat de verwerking plaatsvindt binnen strafrechtelijke context. De Afdeling ziet geen schending van artikel 8 EVRM Pro en acht de inmenging noodzakelijk voor het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzet tegen de verwerking van justitiële persoonsgegevens bevestigd.